Gerechtshof schrapt verzuimboete door ontbrekend bewijs van aanmaning
Een verzuimboete is door het Gerechtshof Amsterdam vernietigd omdat de Belastingdienst niet kon aantonen dat een cruciale aanmaning de ontvanger correct had bereikt.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft een verzuimboete van de Belastingdienst nietig verklaard. De reden voor deze beslissing is het gebrek aan overtuigend bewijs dat een essentiële aanmaning de belanghebbende op de juiste wijze had bereikt. Zonder dit bewijs, zo oordeelde het hof, is de boete niet houdbaar.
Het hof stelde vast dat er geen sprake was van omkering of verzwaring van de bewijslast. Dit betekent dat de Belastingdienst zelf de verantwoordelijkheid droeg om aan te tonen dat de aanmaning correct was aangeboden of ontvangen. Aangezien dit bewijs ontbrak, werd het hoger beroep van de belanghebbende gegrond verklaard, wat leidde tot de vernietiging van de boete.
In een aparte uitspraak, met kenmerk ECLI:NL:GHAMS:2024:2238, is een herstelarrest gewezen. De details van dit arrest zijn echter niet bekendgemaakt.
De uitspraak met betrekking tot de vernietigde verzuimboete, ECLI:NL:GHAMS:2024:3260, benadrukt het belang van correcte administratieve procedures. Zelfs wanneer een overtreding is geconstateerd, kan een boete worden vernietigd als de formele stappen, zoals het correcte verzenden van aanmaningen, niet sluitend kunnen worden bewezen.
De specifieke redenen voor de oorspronkelijke verzuimboete, de precieze inhoud van de aanmaning, de identiteit van de belanghebbende en de inspecteur, evenals de exacte datum van de uitspraak, zijn niet openbaar gemaakt. Wel is duidelijk dat het Gerechtshof Amsterdam in deze zaken uitspraken heeft gedaan die relevant kunnen zijn voor andere belanghebbenden in vergelijkbare juridische procedures.

