Rotterdamse rechtbank houdt uitspraken verborgen
De Rechtbank Rotterdam heeft in de zomer van 2026 meerdere uitspraken gedaan die niet openbaar worden gemaakt, wat vragen oproept over transparantie.
De Rechtbank Rotterdam heeft in de zomer van 2026, met name op 31 augustus en 2 september, een reeks uitspraken gedaan die opvallend genoeg niet publiekelijk toegankelijk zijn. Hoewel registratienummers en ECLI-nummers van deze zaken bekend zijn, blijven de inhoudelijke details, de betrokken partijen en de precieze redenen achter de beslissingen verborgen voor het publiek.
Op 31 augustus 2026 deed de rechtbank uitspraak in zaken met de registratienummers ROT 26/6863 en ROT 26/6875. Deze werden door de rechtbank zelf aangemerkt als 'officiële claims'. Een dag later, op 2 september 2026, volgde een uitspraak in zaak ROT 26/6335, eveneens aangemerkt als officiële claim.
Er circuleren ook meldingen van uitspraken met specifieke ECLI-nummers die nog niet volledig geverifieerd zijn. Zo zijn er onbevestigde meldingen van uitspraken op 31 augustus 2026 met de ECLI-nummers NL:RBROT:2026:10940 en NL:RBROT:2026:10942. Ook een melding van een uitspraak op 2 september 2026 met ECLI:NL:RBROT:2026:11667 en registratienummer ROT 25/5185 is nog niet volledig bevestigd.
Het gebrek aan transparantie rond deze specifieke uitspraken is opmerkelijk. De dossiers, de redenen voor de beslissingen en de mogelijke gevolgen voor betrokkenen of bredere juridische precedenten zijn niet openbaar gemaakt. De rechtbank heeft tot op heden geen toelichting gegeven op de redenen voor deze terughoudendheid.
Eerder, op 3 september 2021, deed de Rechtbank Rotterdam al uitspraak in zaken met ECLI:NL:RBROT:2021:8600 en registratienummers als ROT 19/5364 e.a., die wel als officiële claims worden aangeduid.


