WAM-verzekeraar faalt in regreszaak door ontbreken roekeloosheid
Het Gerechtshof Amsterdam heeft een WAM-verzekeraar de regresvordering op een aansprakelijke persoon onthouden, omdat er geen sprake was van roekeloos rijgedrag.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 21 april 2026 een streep gehaald door de regresvordering van een WAM-verzekeraar. De verzekeraar wilde de kosten verhalen op de persoon die aansprakelijk werd gehouden voor een schadegeval, maar het hof oordeelde dat dit niet mogelijk was. De kern van de zaak lag bij de interpretatie van artikel 15 lid 1 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en artikel 7:952 van het Burgerlijk Wetboek.
De verzekeraar deed een beroep op de 'tenzij-bepaling' van artikel 15 lid 1 WAM. Deze bepaling kan onder specifieke omstandigheden een verzekeraar toestaan om de schade die zij heeft uitgekeerd, te verhalen op de aansprakelijke persoon. Cruciaal voor zo'n beroep is echter dat er sprake moet zijn van roekeloos rijgedrag. In deze specifieke zaak, met zaaknummer 200.350.925/01, kon het hof echter niet vaststellen dat er sprake was van dergelijk roekeloos gedrag.
Omdat het criterium van roekeloosheid niet werd gehaald, slaagde het beroep van de WAM-verzekeraar niet. De schade viel daardoor niet buiten de dekking op basis van de polisvoorwaarden, en de verzekeraar kon de aansprakelijke persoon niet aanspreken voor de uitgekeerde schade. De specifieke casus, de aard van de schade en de identiteit van de betrokken partijen zijn in de uitspraak niet gespecificeerd.



