Rechtbank Zeeland-West-Brabant doet uitspraak in twee familierechtzaken
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in juli en september 2026 twee uitspraken gedaan in familierechtzaken, waaronder een zaak over gezamenlijk gezag na erkenning en een verzoek tot voorwaardelijk
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 3 juli 2026 een uitspraak gedaan in een zaak die betrekking heeft op het gezamenlijk gezag na erkenning van een kind. Deze uitspraak, met ECLI:NL:RBZWB:2026:7066, valt onder artikel 1:251b van het Burgerlijk Wetboek, dat van toepassing is op erkenningen na 1 januari 2023. In deze specifieke zaak zijn de betrokken partijen het eens geworden over zowel de zorgregeling als de kinderalimentatie (KAL). Opvallend is dat er geen aantekening in het gezagsregister is gemaakt met betrekking tot deze uitspraak.
Daarnaast heeft dezelfde rechtbank op 2 september 2026 een uitspraak gedaan met ECLI:NL:RBZWB:2026:8430. Deze zaak betreft een verzoek tot voorwaardelijk verblijf (VV), welk verzoek is toegewezen. De specifieke inhoud van deze zaak, evenals de zaak met betrekking tot het gezamenlijk gezag, is niet nader gespecificeerd.
De redenen voor beide uitspraken en de identiteit van de betrokken partijen zijn niet bekendgemaakt. Ook de precieze betekenis van de afkortingen 'Pkv' en 'KAL' in deze context blijft onduidelijk.


