Rechtbank Midden-Nederland heropent woningurgentiezaak op medische gronden
De rechtbank Midden-Nederland heeft een eerdere afwijzing van een woningurgentieaanvraag vernietigd, waardoor de zaak opnieuw bekeken moet worden.
Een vrouw die momenteel bij haar schoonouders woont, krijgt mogelijk toch een woningurgentie. Haar eerdere aanvraag, ingediend op medische gronden vanwege de autistische dochter, werd aanvankelijk afgewezen. De rechtbank Midden-Nederland heeft deze afwijzing nu echter vernietigd, na een door de vrouw ingesteld beroep.
De specifieke redenen voor de oorspronkelijke afwijzing zijn niet gespecificeerd in de beschikbare informatie. De rechtbank oordeelde dat de eerdere beslissing ongedaan gemaakt moest worden, wat betekent dat de aanvraag opnieuw in behandeling genomen zal worden. De uitspraak in deze zaak draagt het zaaknummer UTR 26/5863 en ECLI:NL:RBMNE:2026:5668, en werd gedaan op 19 augustus 2026.
In een andere, gelijktijdig behandelde zaak, heeft de rechtbank ingestemd met de intrekking van een persoonsgebonden budget (pkv). De precieze betekenis van 'pkv' in deze context is niet nader toegelicht. Deze uitspraak, met zaaknummer UTR 26/6019 en ECLI:NL:RBMNE:2026:5542, dateert van 12 augustus 2026.
Beide uitspraken onderstrepen de rol van de rechter bij het toetsen van beslissingen over huisvesting en persoonsgebonden budgetten. De woningurgentiezaak laat zien dat medische noodzaak een belangrijke factor kan zijn bij het verkrijgen van huisvesting, zelfs na een eerdere afwijzing.


