Raad van State buigt zich over Haarlemse bootjeskwestie
De Raad van State heeft een uitspraak gedaan in een zaak over het verwijderen van vaartuigen uit Haarlemse wateren.
De hoogste bestuursrechter van Nederland, de Raad van State, heeft op 25 maart 2026 een uitspraak gedaan in een zaak met zaaknummer 202406912/1/A3 (ECLI:NL:RVS:2026:1727). De zaak draait om een besluit dat het college van burgemeester en wethouders van Haarlem op 28 februari 2023 nam. Dit college legde appellant A een last onder bestuursdwang op. Deze last hield in dat een specifiek vaartuig, vaartuig A, moest worden verwijderd uit de Haarlemse wateren. De gemeente eist de verwijdering van vaartuigen die liggen op plekken waarvoor een vergunning nodig is.
De Raad van State heeft zich dus gebogen over deze handhaving door de gemeente Haarlem. De precieze uitkomst van de uitspraak en de specifieke redenen die leidden tot de last onder bestuursdwang zijn nog niet bekendgemaakt. Het is daardoor ook onduidelijk of vaartuig A inmiddels is verwijderd en wat de definitieve status van de ligplaatsen is na de uitspraak van de rechter. Deze zaak kan relevant zijn voor andere gemeenten die te maken hebben met handhaving op vaartuigen in openbaar water.




