Nederland mag belasting heffen op lijfrente-uitkering in Thailand
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelt dat Nederland belasting mag heffen op een lijfrente-uitkering die een in Thailand wonende Nederlander in 2021 ontving.
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bepaald dat Nederland belasting mag heffen over een lijfrente-uitkering die in 2021 is ontvangen door een persoon die in Thailand woont. De uitkering kwam van een Nederlandse verzekeringsmaatschappij. Dit oordeel is vastgelegd in de uitspraak met ECLI:NL:GHSHE:2026:1539, gedaan op 10 juni 2026, met zaaknummer 25/1139.
De kern van de zaak ligt in de interpretatie van de Wet Inkomstenbelasting 2001 en het Belastingverdrag tussen Nederland en Thailand. Het hof baseert zijn oordeel op artikel 7.2, lid 2, letter d van de Wet IB 2001 en artikel 18, lid 1 en 2 van het Belastingverdrag. Specifiek stelt het hof dat Nederland mag heffen op grond van artikel 18, lid 2 van het verdrag.
Deze uitspraak is van belang voor Nederlanders die in het buitenland wonen, maar nog inkomsten uit Nederland ontvangen. Het verduidelijkt hoe belastingverdragen worden toegepast op pensioen- en lijfrente-uitkeringen. De specifieke redenen die het hof aanvoert voor dit oordeel, de naam van de belanghebbende, de hoogte van de uitkering en de betrokken verzekeringsmaatschappij zijn nog niet bekendgemaakt.





