Materiaalinzet exclusief energetische inzet
Het herberekenen van de materiaalinzet in de Nederlandse economie (DMI) exclusief energetisch inzet, voor 2016 en 2022.

De Nederlandse economie verbruikt jaarlijks enorme hoeveelheden materiaal. Maar wat blijft er over van dat verbruik als we de directe inzet van materialen voor energieproductie, zoals fossiele brandstoffen, weglaten? Een nieuwe analyse werpt hierop een verhelderend licht.
De studie, die zich richt op de jaren 2016 en 2022, heeft de zogenaamde 'Direct Material Input' (DMI) van de Nederlandse economie opnieuw berekend. Hierbij is een specifieke keuze gemaakt: de materiaalinzet die direct gerelateerd is aan energieopwekking is buiten beschouwing gelaten. Denk hierbij aan de winning en verwerking van kolen, olie en gas.
Deze exclusieve benadering maakt het mogelijk om de materiaalstromen te analyseren die nodig zijn voor alle andere sectoren van de economie. Het gaat dan om materialen voor de bouw, de industrie, de landbouw, de productie van consumptiegoederen en de dienstensector. Het inzicht hierin is cruciaal voor het ontwikkelen van een meer circulaire economie.
Door de focus te verleggen van het totale materiaalverbruik naar het materiaalverbruik exclusief energie, ontstaat een ander beeld van de druk op natuurlijke hulpbronnen. Het stelt beleidsmakers en bedrijven in staat om gerichter te zoeken naar mogelijkheden voor materiaalbesparing, hergebruik en recycling in de niet-energetische sectoren.
De vergelijking tussen 2016 en 2022 laat zien hoe de materiaalkringlopen zich in die periode hebben ontwikkeld, los van de schommelingen in de energiemarkt. Dit biedt waardevolle informatie voor het formuleren van duurzaamheidsdoelstellingen en het meten van de voortgang op weg naar een minder materiaalintensieve samenleving.





