Hoger beroep tegen accountant afgewezen wegens gebrek aan concrete klachten
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) heeft een hoger beroep in een tuchtrechtzaak tegen een accountant ongegrond verklaard, omdat de klager de zaak onvoldoende concreet had gemaakt.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) heeft een hoger beroep in een tuchtrechtzaak tegen een accountant afgewezen. De klager voldeed niet aan de formele eisen voor een ontvankelijk beroep. Zowel de persoonlijke betrokkenheid van de accountant als de geleverde diensten bleven te vaag omschreven in het beroepschrift.
Het CBB bevestigt hiermee de eerdere uitspraak van de accountantskamer. De klager had de gestelde persoonlijke betrokkenheid van de accountant niet nader toegespitst. Ook de door de accountant geleverde diensten bleven onvoldoende specifiek. Het handelen en nalaten van de accountant werd niet concreet genoeg benoemd om het beroep te onderbouwen. Hierdoor slaagt de hogerberoepsgrond niet.
De uitspraak, met zaaknummer 23/1213, dateert van 8 september 2026. Het oordeel van de accountantskamer over klachtonderdeel a is in dit hogere beroep niet onjuist gebleken.
De precieze inhoud van klachtonderdeel a, de specifieke redenen voor het gebrek aan toespitsing door de klager, de volledige namen van de betrokken accountant en klager, en de aard van de geleverde diensten zijn niet openbaar gemaakt. Ook de uitkomst van de beoordeling van de accountantskamer met betrekking tot andere klachtonderdelen dan a is onbekend.
Deze uitspraak onderstreept het belang van specifieke en onderbouwde argumentatie in tuchtrechtelijke procedures. Een algemene formulering van klachten is onvoldoende om een beroep gegrond te laten verklaren.
Live updates
- 15:00
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) heeft een hoger beroep in een tuchtrechtzaak tegen een accountant ongegrond verklaard, omdat de klager de zaak onvoldoende concreet had gemaakt.

