Hoge Raad oordeelt over bpm-verzet en uitsteltermijnen
De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan in een zaak rond bpm, procesrecht en uitsteltermijnen.
De Hoge Raad heeft zich op 18 september 2026 uitgesproken in een zaak met zaaknummer 25/02365 over de Belasting van personenauto's en motorrijwielen in combinatie met het procesrecht.
De kern van de beoordeling betreft de toepassing van artikelen 6:5 en 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht en artikelen 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het geschil spitste zich toe op de vraag of een verzoek om uitstel voor het indienen van de gronden van verzet zonder opgaaf van redenen, en de daaropvolgende niet-ontvankelijkverklaring vanwege termijnoverschrijding, rechtmatig is.
Het beschikbare signaal biedt onvoldoende uitsluitsel over de precieze afloop van de procedure voor de eiser.

