Gerechtshof oordeelt over miljoenenkwestie speelautomatenhallen
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft een uitspraak gedaan in een complexe zaak rond de overname van speelautomatenhallen, waarbij miljoenen aan aanbetalingen en schadevergoedingen centraal staan.
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 21 januari 2025 een oordeel geveld in een juridisch geschil met zaaknummer 200.334.665_01, met kenmerk ECLI:NL:GHSHE:2025:118. De zaak draait om een overname- en samenwerkingsovereenkomst die gericht was op de toekomstige exploitatie van speelautomatenhallen.
Centraal in de procedure staat een nakomingsvordering. Eén van de partijen eist de terugbetaling van gedane aanbetalingen. Deze betalingen waren bedoeld als voorschot op de uiteindelijke koopprijs voor de overname. Daarnaast speelt een boetebeding een rol in de zaak.
De andere partij heeft hierop een tegenvordering ingesteld. Deze vordering strekt tot het vorderen van schadevergoeding. De reden voor deze schadeclaim is de onmogelijkheid om een aandeel in de toekomstige exploitatierechten van de speelautomatenhallen terug te leveren. De procedure om de exacte schade vast te stellen, een zogenaamde schadestaatprocedure, is eveneens onderdeel van het geschil.
Wie de specifieke partijen in deze zaak zijn, en wat de precieze inhoud van de overeenkomst is, is nog niet bekend. Ook de uitkomst van zowel de nakomingsvordering als de tegenvordering, inclusief de hoogte van eventuele boetes of schadevergoedingen, blijft vooralsnog onduidelijk. De reden waarom de teruglevering van het aandeel onmogelijk is geworden, is eveneens niet openbaar gemaakt.


