Gerechtshof: Belaging vanuit gevangenis blijft strafbaar feit
Het Gerechtshof Den Haag heeft in meerdere recente uitspraken geoordeeld dat belaging, ook vanuit een penitentiaire inrichting, een strafbaar feit blijft.
Het Gerechtshof Den Haag heeft op 3 en 4 september 2026 uitspraak gedaan in twee zaken die draaien om belaging, met zaaknummers 22-001093-25 en 22-002439-25. De juridische basis voor de aanklacht in beide gevallen is artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht.
In de zaak met zaaknummer 22-001093-25 is een verdachte opnieuw veroordeeld voor belaging. De verdachte zou vanuit een penitentiaire inrichting brieven hebben verstuurd naar het slachtoffer. Het Gerechtshof stelt dat de verdachte de brieven met hoge frequentie verstuurde, ondanks een doorlopende maatregel. Eerdere informatie suggereert dat deze verdachte eerder al veroordeeld was voor belaging en daarvoor een gevangenisstraf van negen jaar uitzat, maar deze specifieke details zijn niet bevestigd in de beschikbare officiële claims.
De tweede zaak, met nummer 22-002439-25, betreft eveneens belaging vanuit een gevangenis. Ook hier heeft het Gerechtshof Den Haag een uitspraak gedaan. Een derde uitspraak, met nummer 22-000270-26, dateert van 11 juni 2026 en betreft eveneens een zaak die voor het Gerechtshof Den Haag kwam.
Deze uitspraken onderstrepen dat strafbare feiten, zoals belaging, ook gepleegd kunnen worden vanuit een penitentiaire inrichting. De gevolgen voor de slachtoffers, die opnieuw geconfronteerd worden met het gedrag van de verdachten, kunnen ingrijpend zijn. Specifieke details over de inhoud van de brieven, de exacte frequentie van versturing, de aard van de eerdere veroordelingen en de precieze omstandigheden van de detentie zijn in de beschikbare officiële claims niet verder uitgewerkt.





