Gerechtshof veroordeelt na eerdere vrijspraak voor wapenbezit; airsoftgranaat leidt tot taakstraf
Het Gerechtshof Amsterdam heeft een verdachte veroordeeld voor wapenbezit na een eerdere vrijspraak, terwijl een ander een taakstraf kreeg voor het ophangen van een airsoftgranaat.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 21 augustus 2026 een verdachte veroordeeld voor wapenbezit, een aanklacht waarvoor deze persoon eerder in de rechtbank was vrijgesproken. De veroordeling resulteerde in een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
De redenen voor de ommezwaai in de juridische beoordeling door het hof zijn nog niet bekendgemaakt. Evenmin is duidelijk wat de precieze aard van het wapenbezit was, wanneer dit plaatsvond, of waarom de eerste rechter tot een vrijspraak kwam. De identiteit van de verdachte blijft onvermeld.
In een afzonderlijke zaak, eveneens behandeld op 21 augustus 2026, heeft het hof een andere verdachte veroordeeld voor bedreiging. Deze bedreiging bestond uit het ophangen van een airsoftgranaat aan de deur van een appartementencomplex. De verdachte kreeg hiervoor een taakstraf van 120 uren opgelegd, waarvan 85 dagen voorwaardelijk, met bijkomende bijzondere voorwaarden.
Op 1 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam voorts een beschikking bekrachtigd. Deze beschikking betrof de verlenging van de MUHP en een zorgregeling. De specifieke details van de bijzondere voorwaarden bij de taakstraf en de precieze aard van de MUHP zijn niet bekendgemaakt.
Deze uitspraken bieden inzicht in de rechtspraak rond wapenbezit en bedreiging, en de afwegingen die rechters maken bij strafzaken, met name na een eerdere vrijspraak. Ook de bekrachtiging van een zorgregeling raakt aan familierechtelijke procedures.





