Gerechtshof Amsterdam past straf aan bij cocaïnediefstal, behandelt ook WOZ-zaak
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 7 september 2026 een strafmaat aangepast in een zaak over diefstal met geweld van cocaïnepakketten, en deed eerder die week uitspraak in een WOZ-zaak.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 7 september 2026 een vonnis inzake diefstal met geweld van cocaïnepakketten bevestigd. De uitspraak van het hof wijkt echter af van het eerdere vonnis van de rechtbank, met name wat betreft de strafoplegging. Het hof heeft geen volledig onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd, hoewel de precieze strafmaat nog niet is bekendgemaakt.
Eerder, op 3 maart 2026, deed het Gerechtshof Amsterdam uitspraak in een zaak over de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Deze zaak betrof een kelder en een woning. De rechtbank had in deze kwestie ten onrechte geoordeeld over meer objecten dan waarover de zaak feitelijk ging. De belanghebbende had ter zitting van de rechtbank ingestemd met de vastgestelde WOZ-waarden.
Voorafgaand aan de zitting van de rechtbank in de WOZ-zaak was er een wrakingsverzoek ingediend. Na sluiting van het onderzoek had de belanghebbende bovendien een heropeningsverzoek gedaan. De uitkomsten van zowel het wrakingsverzoek als het heropeningsverzoek zijn nog niet bekend.
Veel details rondom de uitspraken blijven onduidelijk. Zo is de identiteit van de belanghebbende in de WOZ-zaak en de verdachte in de strafzaak niet gespecificeerd. Ook de exacte hoeveelheid gestolen cocaïne, het aantal pakketten en de locatie en datum van de diefstal zijn onbekend. De specifieke WOZ-waarden die werden betwist, zijn eveneens niet openbaar gemaakt.
Deze uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam kunnen relevant zijn voor de Nederlandse rechtspraak en potentieel precedentwerking hebben, met name de afwijkende strafmaat in de cocaïnezaak.





