Centrale Raad van Beroep buigt zich over UWV's volledige aflossing bij WAO-terugvordering
De Centrale Raad van Beroep heeft op 26 augustus 2026 een uitspraak gedaan over de manier waarop het UWV de aflossingscapaciteit berekent bij terugvordering van een WAO-toeslag en een boete.
De hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep, heeft zich gebogen over een zaak (kenmerk ECLI:NL:CRVB:2026:1108, zaaknummer 25/1692 WAO) waarin de terugvordering van een WAO-toeslag en een bijbehorende boete centraal staat. De kernvraag in deze procedure is of het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) bij het bepalen van het bedrag dat iemand moet terugbetalen, mocht uitgaan van de volledige aflossingscapaciteit van de betrokkene.
Het UWV baseerde zich hierbij op een specifieke regeling die bepaalt dat gebruik wordt gemaakt van de volledige aflossing. De uitspraak van de Raad moet duidelijkheid verschaffen over de rechtmatigheid van deze handelwijze. Het is nog niet bekend wie de appellant is, wat de precieze redenen waren voor de herziening van de WAO-toeslag, noch wat de uiteindelijke uitkomst van de zaak is. Ook de hoogte van de teruggevorderde toeslag en de boete zijn nog niet openbaar.
Deze juridische kwestie is van belang voor iedereen die te maken krijgt met terugvorderingen van uitkeringen en boetes, en kan consequenties hebben voor de manier waarop het UWV dergelijke financiële vorderingen afhandelt. Juristen gespecialiseerd in sociaal zekerheidsrecht zullen de uitspraak nauwlettend volgen.





